Naar inhoud

Praktisch

Cultuurdienst

Rechtstraat 44
2275 Lille


tel. 014 44 82 33
fax 014 88 20 50
e-mail

Openingstijden

ma 8.30-12u 13-16u 17-20u 
di 8.30-12u 13-16u  
wo 8.30-12u 13-16u  
do 8.30-12u 13-16u  
vr 8.30-12u    

Sluitingsdagen

Relevante info

Cultuurprojectsubsidiereglement

De projectsubsidie is een middel om Lilse inwoners – al dan niet georganiseerd in erkende of ad hoc verenigingen – te stimuleren om zelf een gelegenheidscultuurproject in elkaar te steken of in de loop van de jaren een permanente cultuurwerking op te bouwen.

1. Algemeen

  • Binnen de perken van de kredieten daartoe voorzien op de begroting kan het gemeentebestuur van Lille subsidies verlenen aan waardevolle cultuurinitiatieven die plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente Lille.
  • Een projectdossier moet 3 maanden voor de realisatie van het project ingediend worden bij de cultuurdienst.

  • Het toekennen van een subsidie gebeurt na advies van het bestuur van de cultuurraad. De gemeentelijke cultuurraad staat in voor de organisatie van het overleg en de advisering van het gemeentelijke cultuurbeleid.

  • De projectsubsidie is een stimulans voor Lilse inwoners – al dan niet georganiseerd in erkende of ad hoc verenigingen – om zelf een cultuurproject in elkaar te steken. Creativiteit en innovatie staan daarbij centraal. Commerciële activiteiten komen niet in aanmerking.
  • Daarnaast kan een projectsubsidie ook een stimulans zijn om in de loop van enkele jaren een nieuwe, meer permanente cultuurwerking te ontwikkelen (bijvoorbeeld om het cultuurinitiatief verder uit te bouwen of om tot een nieuwe vereniging te komen).
  • Het gemeentebestuur van Lille kan niet aansprakelijk worden gesteld voor activiteiten die de aanvrager onderneemt in het kader van dit subsidiereglement. De aanvrager van de subsidie is verantwoordelijk voor de uitwerking, organisatie en financiële afhandeling van het project.

2. Voorwaarden tot aanvaarding

  • Het project heeft een buitengewone waarde voor het Lilse publiek en overstijgt de gewone werking van de aanvrager.
  • Het project mag geen commerciële inslag hebben.

  • De individuele aanvrager of minstens 75% van het bestuur woont in Lille.

  • De activiteit vindt plaats in Lille.

  • Het project wordt niet op een vaste, permanente basis georganiseerd; het kan niettemin de aanzet zijn voor een meer permanente werking. In dit geval en na een positieve evaluatie van het eerste jaar kan een nieuwe aanvraag ingediend worden voor het tweede en eventueel derde jaar. Tijdens het tweede jaar kan men 50% van het subsidiebedrag krijgen. Tijdens het derde jaar kan dat nog 25% bedragen.

  • Het project streeft kwaliteit na. Dat wil zeggen dat verantwoorde benaderingswijzen en methodieken gebruikt worden.

  • Het project heeft een duidelijk omschreven doelstelling, een duidelijk begin- en eindpunt, met vermelding van de plaats, het doelpubliek, de ingezette middelen, de methode... De timing en begroting zijn realistisch.

  • De activiteit moet een financieel risico inhouden, indien niet is een projectsubsidie niet aangewezen.

  • Samenwerkingsverbanden tussen actoren en een geïntegreerde aanpak strekken tot aanbeveling.

  • Diversiteit en laagdrempeligheid voor kansengroepen zijn een pluspunt.

  • Men mag ook subsidies bij andere instanties inwinnen. Men is wel verplicht inzage te geven in zowel alle officiële inkomsten als uitgaven. Het bedrag van de gecumuleerde subsidies mag echter nooit meer zijn dan de totale kost van het project. Indien dit het geval is, wordt hiermee rekening gehouden bij de uitbetaling van de tweede schijf.

  • De aanvrager vermeldt in alle gedrukte en digitale communicatie, bij elke mededeling, verklaring of publicatie en presentatie in het kader van het project de steun van de gemeente Lille door vermelding van het standaardlogo.

  • De activiteit moet aangekondigd worden via UitinLille.

  • Op de projectsubsidieaanvraag moet het rekeningnummer vermeld worden waarop de subsidie later kan gestort worden.

  • De projectsubsidieaanvraag moet rechtsgeldig ondertekend worden.

 

3. Puntensysteem en beoordelingscriteria na aanvaarding van het project

3.1. Puntensysteem

Aan de projecten die ontvankelijk verklaard zijn, wordt bij de toewijzing van een subsidiebedrag voor acht criteria een cijfer van 0 tot 5 gegeven. Het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van het behaalde puntentotaal. De maximumsubsidie bedraagt
€ 2 500.

  • tussen 36-40 punten: € 2 500
  • tussen 31-35 punten: € 1 875
  • tussen 26-30 punten: € 1 400
  • tussen 21-25 punten: € 1 000
  • tussen 16-20 punten: € 700
  • onder de 16 punten: € 350


3.2. Acht beoordelingscriteria

  1. Het project is buitengewoon wat betreft de inhoud, de uitvoering of de voorbeelwerking.

  2. De organisatie van het project steunt op een vrijwilligerswerking.

  3. Het project is zowel inhoudelijk als organisatorisch van goede kwaliteit.

  4. Voor de realisatie van het project werkt de aanvrager van het project samen met andere partners, al dan niet uit andere domeinen.

  5. Het project heeft aandacht voor de thema’s diversiteit, armoede of interculturaliteit.

  6. Het richt zich tot een doelgroep die de aanvrager normaal niet of moeilijk bereikt.

  7. Het project is toegankelijk voor een ruim publiek met aandacht voor een goede publiekswerking en -communicatie.

  8. Het project is gericht op gemeenschapsvorming.


4. Aanvaardingsprocedure

  • Een project moet voor de start ingediend worden bij de gemeentelijke cultuurdienst. Tweemaal per jaar worden de ingediende projecten door de cultuurraad geëvalueerd. Aanvragen moeten daarom ingediend worden voor 1 september en voor 1 maart.
  • Het dossier bevat de volgende gegevens:
  • de identiteit van de aanvrager(s)
  • een projectfiche van de activiteit:
  1. tijdstip
  2. plaats
  3. inhoudelijke omschrijving
  4. doelstelling van het project
  5. onderscheidend karakter van het project
  6. de conformiteit van het project met de beoordelingscriteria
  • een organisatorische planning
    • een gedetailleerde begroting


De cultuurdienst stelt hiertoe een aanvraagformulier ter beschikking. De aanvraag moet ondertekend op papier alsook digitaal ingediend worden.



5. Uitbetaling

  • Het college van burgemeester en schepenen beslist uiterlijk één maand voor de start van het project over aanvaarding van het project en de concrete projectsubsidie. De beslissing wordt samen met een duidelijke motivering aan elke betrokken organisatie bezorgd.
  • Het toegekende subsidiebedrag wordt in twee schijven uitbetaald.
  • De eerste schijf van 75% van het toegekende subsidiebedrag wordt door de financiële beheerder van de gemeente uitbetaald bij toekenning van de subsidie en ten vroegste drie maanden voor de aanvang van het project.
  • De tweede schijf van 25% wordt uitbetaald na afloop van het project en nadat de volgende documenten ten laatste twee maanden na afloop van het project aan de cultuurdienst bezorgd worden:
    • een ingevuld evaluatieformulier dat hiervoor door de cultuurdienst ter beschikking wordt gesteld;
    • een overzicht met bewijsstukken van de inkomsten en uitgaven van dit project. De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidiëring:
  1. kosten verbonden aan catering of geschenken
  2. uitkoopsommen voor een bestaande voorstelling (tenzij dit kadert in een groter geheel en gemotiveerd wordt)
  3. harde investeringen (tenzij die absoluut noodzakelijk zijn voor de realisatie van het project).
  • Een volledige evaluatie door de organisatie (a.d.h.v. het ter beschikking gestelde formulier) is in ieder geval verplicht.

 

6. Terugvordering

Het gemeentebestuur kan het toegewezen subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien tijdens of na afloop van het project blijkt dat onjuiste gegevens werden verstrekt, indien de voorwaarden van dit reglement niet werden nageleefd, indien het project niet plaatsvindt, of indien er niet voldoende aantoonbare kosten werden gemaakt in het kader van de uitvoering van het project.

 

7. Betwisting

Bij betwisting over de toekenning of schrapping van subsidies is het mogelijk beroep aan te tekenen. Daartoe wordt een gemotiveerd bezwaarschrift aan het college van burgemeester en schepenen overgemaakt, dat hierover uitleg vraagt aan het bestuur van de cultuurraad.

Het college van burgemeester en schepenen regelt alle niet-voorziene gevallen en beslist daarbij telkens na advies van het bestuur van de cultuurraad.

 

8. Administratieve afwikkeling

Dit reglement zal voor kennisgeving aan de toezichthoudende overheid worden toegezonden. Het treedt in werking met intrede van het cultuurjaar 2016-2017.